Menu Sluiten

100 soorten: minutenlang geratel

De broedtijd zit er voor een aantal vogels al weer op. Juni is de maand waarin veel juveniele (zang)vogels het nest verlaten. Soms wordt er nog een nieuwe nestpoging ondernomen, bij vroege voorjaarsgasten is er nu soms al een tweede nest. Overal zwermen nu jonge vogels in de buurt van hun nesten en ouders rond. Tijdens een struinsessie langs een flinke dosis struikgewas loop ik dan ook van de ene verbazing naar de andere.

Zo kom ik groepen grasmussen tegen, ouders met jongen, die hier dus succesvol hebben weten te broeden. Ook andere soorten als de groenling, kleine karekiet en rietgors zijn alom aanwezig, veelal ook met nageslacht. De eerste echte verbazing is echter de hoeveelheid kneuen die ik tegenkom: zeker twaalf stuks, waarvan het overgrote deel kakelvers is. Dus toch broedende kneuen hier, wat gaaf!

De bijzonderheden stapelen zich verder op, als ik ook een volwassen man roodborsttapuit tegen het lijf loop, met in de buurt een juveniele vogel (onder). Alhoewel ik op dat moment geen vrouw roodborsttapuit in de buurt zie, lijkt het er toch ook op dat deze soort hier gebroed heeft. Beide vogels laten zich aardig fotograferen, wat een mooie inhaalslag is; de voorgaande foto’s van roodborsttapuiten hier hebben slechts als ‘bewijsplaatjes’ mogen dienen.

Vanuit een struik vlakbij hoor ik snel achter elkaar een merel, pimpelmees, tureluur en nog wat andere soorten voorbijkomen. Ah, daar zit een meesterimitator zich flink uit te sloven: een bosrietzanger! Met wat gepriegel tussen de bladeren door krijg ik de vogel kort voor de camera. Het is dat ik de vogel luid en duidelijk heb zien en horen zingen, maar op basis van de foto is het toch verdraaid lastig om deze beestjes van kleine karekieten te onderscheiden. Verderop klinkt ook een imitatieconcert, ditmaal vanuit een riethelm. Even koester ik de hoop op een spotvogel, maar zodra ik de vogel in beeld heb, merk ik dat ik ook nu naar een bosrietzanger sta te kijken. De gelige poten zijn nu goed te zien; bij beide vogels valt de rondere kop en kortere snavel ook wel op, maar het blijven relatief subtiele verschillen. Het is een aardig schouwspel, al die imitaties achter elkaar. Maar ja, geen spotvogel dus, maar wel foto’s van bosrietzangers!

Wat verderop hoor ik al een tijd lang een hoge ratel. Een bijna constante, metalige roller, dan weer harder, dan weer zachter. Ik herken het geluid, maar durf er niet direct op te hopen: een sprinkhaanzanger. Dit kleine, bruingevlekte vogeltje kan zijn zang minutenlang volhouden. Daardoor zijn ze goed te herkennen, maar niet per se makkelijk te zien. Tijdens het zingen draaien ze de kop, waardoor de locatie waar het geluid vandaan komt lijkt te veranderen. Tel daarbij op dat het geluid flink ver draagt, de vogel graag verscholen zit te zingen, en slechts 12, 13 centimer groter is, en de zoekpuzzel is compleet.

Ik ben dan ook redelijk verbaasd dat, zodra ik begin met zoeken, ik de vogel binnen een minuut in beeld heb. Op wat tientallen meters zingt ‘ie vanaf een zijtak, en ik kan een geluidsopname en een paar bewijsfoto’s maken. Thuis zie ik dat dit pas de vierde sprinkhaanzanger in Voorschoten ooit is. De laatste waarneming voor deze stamt uit 2015, dus een mooie (her)ontdekking!

Totaal aantal soorten: 125 / 100

Aantal nieuwe soorten: 1

  • Sprinkhaanzanger