Menu Sluiten

100 soorten: roofvogelen

De afgelopen week heeft vooral in het teken gestaan van roofvogels. Dat heeft grotendeels te maken gehad met een zoektocht. Ik ben namelijk op zoek geweest naar één van de echte laatkomers onder de zomergasten: de wespendief. Deze rover arriveert vaak op z’n vroegst pas half mei tot ver in juni. Zou er al één in Voorschoten te zien zijn? Bekijk de vlog om er achter te komen hoe die zoektocht verlopen is:

Qua roofvogelsoorten valt er dus niets te klagen! Een havik, boomvalk, torenvalk, buizerd, bruine kiekendief én wespendief op één dag zien, daar kan een mens flink van genieten. Het totale aantal aan verschillende soorten roofvogels dit jaar staat nu op tien! Op zichzelf al een heel mooi aantal, maar hopelijk lukt het om er nog wat soorten bij te schrijven. Een overtrekkende rode wouw in oktober, of een passerende smelleken in de herfsttrek? Misschien zelfs wel een dwalende jonge zeearend ergens dit najaar? Laten we het hopen!

Hoge temperaturen, warme lucht, weinig wind. Voor rovers ideaal om op te zweven, maar niet alle soorten zijn er even blij mee. De ekster lijkt het er even zwaar mee te hebben; met de snavel open en af en toe de veren volledig gespreid probeert de vogel wat af te koelen. Na een paar minuten sluit de vogel zich aan bij een andere ekster, en samen foerageren ze wat in het pasgemaaide gras.

In een aantal polders is namelijk flink gemaaid deze week, en vers gemaaid gras trekt veel vogels aan. Er wil nog wel eens een insect, amfibie of iets anders meegemalen worden met de grasmaaier: voor opportunisten als reigers, ooievaars en meeuwen betekent dat een makkelijk hapje. Vlak na het maaien stromen de kavels dan ook forse aantallen vogels aan. Vooral de ooievaars laten zich dan mooi bekijken. Een mooie bonus: die vogels zijn dan zo druk met foerageren, dat (poot)ringen vaak goed af te lezen zijn, dus ik heb gelijk wat ringinformatie door kunnen geven.

Juni wordt door veel vogelaars vaak als een saaie vogelmaand beschouwd. De meeste zomergasten zijn gearriveerd en druk in de weer met nesten bouwen en broeden, waardoor er nog maar mondjesmatig gezongen wordt. Vroege voorjaarsgasten als de kievit zijn de polders al weer aan het verlaten. De grote najaarstrek komt pas eind juli op gang. Toch valt er genoeg te ontdekken: juist in deze maanden worden er nog wel eens vreemde dwaalgasten gevonden. Sinds eind mei trekken er al een aantal vale gieren en monniksgieren rond in de Benelux. Ook zeldzaamheden als de ralreiger, orpheusspotvogels en een dwergaalscholver zijn de laatste dagen ontdekt op verschillende plaatsen in Nederland. Het zal toch wat zijn, zoiets tegenkomen…

Oké, misschien loop ik iets te hard van stapel. Eerst maar eens kijken of er hier een ‘normale’ spotvogel te vinden is!

Totaal aantal soorten: 124 / 100

Aantal nieuwe soorten: 2

  • Bosrietzanger
  • Wespendief