Menu Sluiten

100 soorten: de beste soort ‘oeps’…

Soms gebeuren er dingen waardoor je ‘oeps’ gaat zeggen. In sommige gevallen is de oeps gemeend, bijvoorbeeld wanneer je een bord uit je handen laat vallen. Een oeps kan ook voorkomen als iemand vraagt of er nog koek in huis is, en je nét het laatste koekje uit de koektrommel hebt opgegeten. Deze week heb ik een oeps uit die categorie gehad. Zo’n oeps waar je niet echt spijt van hebt. Want in het geval van koekjes betekent die oeps meestal dat er wel weer nieuwe koekjes komen. En in het geval van vogelen…

De afgelopen week is een bijzondere week geweest. Zo zijn de aantallen zwartkoppen flink opgelopen, en zijn de boerenzwaluwen aangevuld met huiszwaluwen en oeverzwaluwen. Het is alleen nog even wachten op de gierzwaluwen, en dan is het kwartet compleet! Oeverzwaluwen zijn overigens een aangename verrassing geweest. De paar meldingen van de afgelopen jaren zijn vooral over langstrekkende vogels gegaan, maar ze blijken hier gewoon ruimschoots aanwezig. Langs een sloot met rietkraag vertoeven nu al een paar dagen meerdere oeverzwaluwen, vaak in het gezelschap van wat boerenzwaluwen, druk aan het jagen op allerlei vliegjes en insecten.

Alhoewel ik vorige week al de eerste zwartkop gezien heb, valt foto’s maken niet altijd mee met deze soort. Ze verschuilen zich graag in struiken en tussen de bladeren, maar af en toe laten ze zich even zien. Bij de mannen is het duidelijk waar de naam vandaan komt; het zwarte kapje bovenop de kop. De vrouwen hebben een vergelijkbare kap, maar dan in het roodoranje. In de meeste parken laten de mannen al vroeg in de ochtend horen welke plekken ze bezet houden.

Na wat pogingen op andere plekken, heb ik nu een locatie gevonden waar de laatste dagen vrij consistent vogeltrek langs lijkt te komen. Flinke aantallen graspiepers, koperwieken en kramsvogels, maar ook lepelaars, aalscholvers en brandganzen heb ik daar de afgelopen dagen mogen zien overkomen. ‘Mijn’ vogeltrek-‘post’ zit aan een kanaal, met uitzicht op een forse rietkraag aan de overkant. Deze combinatie blijkt goed te werken, want aan nieuwe soorten deze week geen gebrek. Van achter de rietkragen vliegen geregeld watersnippen op, en heb ik ook tweemaal een tapuit zien opvliegen, terwijl meerdere rietzangers druk foerageren en zingen in de kraag zelf. In de lucht valt genoeg in de gaten te houden. Tussen de meeuwen vliegen geregeld visdieven heen en weer, maar ook soorten die doortrekken naar het noorden, zoals groepjes witgatten en regenwulpen. Allemaal mooie aanvullingen op de lijst, want sommige van deze soorten zijn pas enkele malen hier waargenomen.

Maar eigenlijk staat deze week in het teken van twee klappers. Twee vogels hebben deze week, en waarschijnlijk deze maand, al tot een topper gemaakt. En dat is te danken geweest aan de aanhoudende oostenwind. Vogels, en vooral roofvogels, laten zich tijdens de trek vaak meevoeren door de richting van de wind. Normaliter vindt de meeste roofvogeltrek in het oosten van het land plaats, maar met aanhoudende oostenwind, waaien steeds meer vogels richting het westen. Daar heb ik erg van mogen profiteren, één keer in de ochtend, en één keer in de avond. Op die ochtend zat ik op mijn ‘post’ te genieten van de vogels en de zon. Rustig weer, weinig wind, wat kleine zangvogels zingen hun liederen; een kalme toestand. Ineens hoor ik gekrijs van meeuwen, vliegen de scholekster en kieviten massaal op, en is er algehele paniek. Paniek duidt in dit soort gevallen op de aanwezigheid van een roofvogel, dus ik begin de lucht af te speuren. Vanuit een van de polders komt een donkere rover aangevlogen, in alle rust, in een rechte lijn. Naarmate de vogel dichterbij komt, vallen de spitse kop en de gevorkte staart op. Dit is een zwarte wouw, in alle pracht! Deze soort komt hier eigenlijk alleen onder deze omstandigheden: tijdens trek, na aanhoudende oostenwind, dus dit is echt mazzel hebben. De drukte in de polder lijkt de vogel niet echt uit te maken; scholekster en kieviten proberen de vogel weg te houden, maar de wouw is niet van plan koers te wijzigen. Stug vliegt ‘ie door en verdwijnt, zo snel als ‘ie verschenen is, ook weer uit beeld.

Ook de ontmoeting met de avondklapper is maar van korte duur geweest. Deze soort is hier weliswaar vaker waargenomen, zeker tijdens de trek, maar van zo dichtbij is wel heel bijzonder. Vanaf mijn balkon mag ik graag losse uren opvullen met overvliegende vogels bestuderen. Het overgrote deel bestaat uit meeuwen en andere ‘standaard’-soorten, maar af en toe zitten er wat beloningen bij voor de oplettende vogelaar. Aan de beloning van hierboven is niet echt te ontkomen geweest. Ook nu krijsende meeuwen, en uit het niets verschijnt deze visarend vanachter de flat, enkele tientallen meters boven mijn hoofd. Rustig cirkelt de vogel een paar keer rond, om vervolgens af te zakken naar het noorden. Ik schiet voor mijn gevoel mijn hele SD-kaart vol, trillend op mijn benen. April is dé voorjaarsmaand om een overtrekkende visarend te zien. Ik had de hoop er een op te pikken, maar had gedacht dat het dan over een hoog overvliegende vogel zou gaan; ver weg, nog nét op naam te brengen. Maar een wilde visarend, zo dichtbij, vanaf m’n balkon, dat is wel heel bizar!

En onder de streep heb je dan een ‘oeps’. Dan blijkt namelijk dat je de honderd soorten hebt aangetikt. ‘Ja, en nu dan?’ Nou, gewoon doorgaan met spotten! Blijkbaar is 100 vogelsoorten in een jaar dus goed te doen, zelfs op minder dan 12 vierkante kilometer. Dus nu gaan we kijken hoe veel soorten er nog bovenop die honderd kunnen komen!

Totaal aantal soorten: 100 / 100!

Aantal nieuwe soorten: 10

  • Huiszwaluw
  • Oeverzwaluw
  • Regenwulp
  • Rietzanger
  • Tapuit
  • Visarend
  • Visdief
  • Watersnip
  • Witgat
  • Zwarte wouw