Menu Sluiten

100 soorten: op trek

April doet wat ‘ie wil! Het weer gaat de laatste week alle kanten op, van bijna 20 graden boven nul, tot vorst aan de grond. Ook in en nabij het luchtruim is het drukte van jewelste. Allerhande passanten en overzomeraars brengen een bezoek aan Voorschoten, en daar mag ik natuurlijk graag naar kijken.

Even terugkomend op maart, de eerste boerenzwaluw lijkt nu ook echt gearriveerd. Meermaals heb ik nu een laagvliegend exemplaar gezien, tussen de bebouwing. Ik was bijna vergeten hoe snel en behendig ze zijn, maar het eerste plaatje is er alvast.

Ook de blauwborst van vorige week blijkt geen toevalstreffer geweest te zijn. Deze week heb ik het genoegen gehad twee verschillende vogels te vinden. Het verenkleed van een van de vogels duidt op een vrouw, of juveniel beest, terwijl de andere vogel een volwassen man is, diep in het riet aan het zingen. Hopelijk blijven ze daar nog even zitten, misschien vormen ze wel een paartje, we gaan het meemaken!

Op diezelfde locatie blijkt nog genoeg te ontdekken. Het braakliggende stuk grond herbergt een aantal struiken en rietkragen, en dat trekt blijkbaar allerlei vogels aan. In een boomtop verderop hoor ik een kbv’tje: dat klinkt als een fitis! Het valt echter nog niet mee om de kleine zanger goed in beeld te krijgen, maar uiteindelijk blijft hij net even lang genoeg zitten voor een kort ‘bewijsplaatje’. Op zicht is de vogel bijna niet uit elkaar te houden van de tjiftjaf; de lichtere poten en snavel zijn vaak lastig duidelijk te zien. Vooral de zang is een duidelijk kenmerk bij deze vogels, en gelukkig is deze vogel erg druk bezig zijn lied te verkondigen. Er brabbelen verderop nog twee vogels heel interessant. Zo nu en dan vliegen ze op, en valt het op dat één van de twee vogels met takjes aan de gang is. Twee kneuen, die misschien wel een nest bouwen, dat is goed nieuws. Kneuen zijn hier ook maar zeer sporadisch gezien, en bijna altijd gaat het om overvliegende exemplaren. Een bijzondere waarneming dus!

Verderop in de polder kom ik wat grutto’s tegen. Twee vogels lopen in een grasveld, en komen langzaam mijn kant op. Zittend tussen de bomen, op de rand van een sloot, wacht ik geduldig tot ze dichterbij zijn. Eindelijk ook wat mooie foto’s van onze nationale vogels in de eigen gemeente!

Ook in het luchtruim is er genoeg te zien geweest. Vooral in de vroege ochtenduren passeert er toch aardig wat. Groepen met koperwieken, graspiepers en meeuwen, worden aangevuld met wat krenten in de pap. Zo vliegt er tussen de koperwieken af en toe een kramsvogel, en knalt er in het allereerste ochtendlicht een gele kwikstaart over mijn flat heen, wat ook een leuke verrassing is voor op de lijst. De echte verrassing gebeurt echter op een zondagochtend, rond 10 uur. In de verte zie ik een witte vogel overvliegen. Ik kan het niet direct thuisbrengen; het vliegt anders dan een meeuw, of ooievaar, of grote zilverreiger. Ik maak een reeks foto’s, en bij het inzoomen is het direct duidelijk:

Korte poten, dikke, gele snavel: koereiger! Eerder heb ik al eens een blog gewijd aan witte reigers, maar de koereiger blijft een zeldzame verschijning in heel Nederland. Een klein vreugdedansje lijkt me op dat moment dan ook wel op z’n plaats. Snel meld ik de vogel via waarneming, in de hoop dat iemand de vogel nog ergens anders oppikt. Het lijkt voor nu echter bij deze korte eenmanswaarneming te blijven. Gelukkig hebben we de foto’s nog!

Totaal aantal soorten: 90 / 100

Aantal nieuwe soorten: 6

  • Fitis
  • Gele kwikstaart
  • Koereiger
  • Kneu
  • Kramsvogel
  • Zwartkop