Menu Sluiten

Drie vliegende deuren

Eens in de zoveel tijd reis ik af naar het Haringvliet. Dit watergebied aan de zuidrand van Zuid-Holland herbergt een hoop ruige natuur en veel interessante avifauna. Vele kustsoorten zoals zaagbekken en zwartkopmeeuwen zijn hier in grote aantallen te zien rond het water. Op de graslandgebieden eromheen vertoeven veel rietvogels; blauwborsten, rietzangers, cetti’s zangers en rietgorzen, maar ook allerlei steltlopers. Zo veel vogelactiviteit trekt weer roofvogels aan, dus op veel plekken hangen sperwers, kiekendieven en buizerds op de loer. Voor één roofvogelsoort is het Haringvliet een echte hotspot: de zeearend, de grootste hier broedende roofvogel van Nederland. Door het rechthoekige vluchtsilhouet en een spanwijdte van 2,5 meter hebben ze de bijnaam ‘vliegende deuren’ gekregen.

Ondanks hun grootte, is het zien van een zeearend toch een behoorlijke uitdaging. Deze vogels hebben een voorkeur voor groot, ruig gebied, waarin ze makkelijk grote afstanden kunnen afleggen. Een zeearend zien is vaak een combinatie van een hoop speurwerk, de juiste weersomstandigheden en een beetje mazzel hebben. De meeste zeearenden worden op een afstand van vele tientallen of enkele honderden meters ver weg gezien, hoog cirkelend, of diep in een natuurgebied.

Dat zijn ook vaak mijn ervaringen geweest. Vanuit de vele kijkhutten rondom het Haringvliet heb ik al vaker uren getuurd naar alles wat voorbijkomt, in de hoop een vliegende deur op te pikken. Meestal heb ik de hut weer met lege handen moeten verlaten; op andere momenten is het bij een korte waarneming op honderden meters gebleven. En toch, elke keer als ik beelden voorbij zie komen van zeearenden, wil ik weer op stap, in de hoop op een langere ontmoeting.

En zo banjer ik weer langs het Haringvliet, turend naar alles wat voorbij vliegt. Dit keer verkeer in het goede gezelschap van mijn vrouw, die ook hoopt een zeearend van (relatief) dichtbij te kunnen zien. Het is helder weer, met een flinke bak zon en weinig wind. Een uitstekende combinatie voor thermiek, zo lijkt het, want er cirkelen overal rovers; sperwers, buizerds en bruine kiekendieven. Opeens, een hoop lawaai, een kakofonie van vogelroepen. Groepen met ganzen gaan massaal de lucht in, gevolgd door alle steltlopers en eenden. Daar is duidelijk iets aan de hand. Zoveel paniek, dat betekent vaak maar één ding: zeearend!

Na wat gespeur door het luchtruim, wordt mijn vermoeden bevestigd. Twee cirkelende zeearenden, maar heel ver weg in de kijker. De wind staat echter onze kant op, dus met een beetje geluk cirkelen ze vanzelf deze kant op. En inderdaad, langzaam maar zeker, af en toe met een omweg, komen de twee vogels gestaag meer in onze richting. Voor de zekerheid hou ik de omgeving in de gaten. Vanuit het riet roept een cetti’s zanger, en ook dat is een leuke waarneming, maar wel van een iets andere orde van grootte. Ineens vliegt er een roofvogel over ons heen. Mijn eerste reactie ‘vast een buizerd’ wordt vrij snel onderuit geschoffeld, als ik wat foto’s van de vogel maak. Ook dit is een zeearend, en deze is een stuk dichterbij!

Na wat cirkelwerk hebben de vogels bij elkaar gevoegd. We kijken nu wel tegen de zon in, dus besluiten een stuk door te lopen, zodat ze weer met de zon mee kunnen kijken. De zeearenden vliegen een stukje tegen de wind in, en komen nu laag cirkelend weer terug. Wat een bakbeesten. Pas nu, nu ze op misschien twintig, dertig meter hoogte van ons vliegen, is pas echt te merken hoe gigantisch deze dieren zijn.

Twee vogels geven ondertussen een mooie show weg. Er wordt synchroon gevlogen, ze maken grijpbewegingen naar elkaar, en lijken zelfs te oefenen met prooioverdracht. Weinig woorden kunnen de ervaring beschrijven van twee gigantische, wilde roofvogels op enkele tientallen meters afstand; spectaculair dekt nauwelijks de lading.

Een van de ‘deuren’ maakt nog een rondje recht boven ons hoofd, om vervolgens langzaam af te zakken, verder weg van ons. De andere twee vogels zoeken samen steeds verder de hoogte op en verdwijnen ook uit beeld.

De rest van de wandeling levert nog wat leuke bonussen op. We horen meerdere cetti’s zangers, een vroege rietzanger, een hele berg rietgorzen, maar over één ding zijn we het eens: aan die zeearenden is niet meer te toppen vandaag.