Menu Sluiten

100 soorten: een grote mijlpaal

De afgelopen twee weken hebben vooral in het teken gestaan van een heleboel westenwind. Dagenlang windkracht 5 of meer, dat maakt buiten zijn wel iets meer een uitdaging, en vogelen al helemaal. Met dat soort weer installeren veel mensen zichzelf lekker op de bank met een goed boek, of een goede film, blij dat ze niet naar buiten hoeven. Bij mij werkt dat niet zo goed; na een halve dag begint het bij mij te kriebelen, en ga ik op zoek naar de droge uurtjes in de weersvoorspelling, zodat ik er toch even op uit kan. Juist stevige wind van zee wil nog wel eens bijzondere vogels opleveren; zeesoorten die naar de kust worden geblazen, of kustsoorten die ineens verder in het binnenland opduiken. Misschien vliegt er ergens wel een spannende meeuwensoort? Of waait er een bijzondere trekvogel over? Toch even een rondje door de polder?

En dan sta je ineens weer in een polder, met windkracht 6 op je giechel. De moeite wordt direct beloond met een groepje van drie tureluurs, die zich goed laten herkennen door hun v√©rdragende ‘tjululuu’. Die kan weer op de lijst! Ook grote groepen met meeuwen strijken geregeld neer. Wat uitpluiswerk levert kleine mantelmeeuwen, kokmeeuwen, stormmeeuwen en zilvermeeuwen op. Sommige vogels dragen kleurringen, maar dat aflezen is helaas niet te doen in deze wind. Deze keer geen kustsoorten als pontische meeuw of geelpootmeeuw ertussen, maar misschien een volgende keer…

Na al die waaidagen, is er nu wat rustiger weer aangekomen. Dat lijkt me een mooi moment om op zoek te gaan naar twee soorten, de tjiftjaf en de groene specht. Ik heb beide soorten weliswaar al gezien of gehoord dit jaar, maar heb ze nog niet op de foto kunnen krijgen. Op een windstille ochtend struin ik daarom door een park, en beide soorten laten zich daar veel horen. Na wat speurwerk tref ik uiteindelijk deze tjiftjaf aan, die veelvuldig zingt vanuit een rijtje bomen. Ik kan de vogel mooi zien, en krijg een aantal fotokansen.

Helaas blijven de groene spechten uit zicht, maar een zingende heggenmus laat zichzelf van dichtbij goed horen en bekijken. Deze zangvogels leven een groot deel van het jaar een onopvallend leven, verscholen in struikgewas. In het voorjaar zingen de mannen echter luid en duidelijk hun lied, en komen ze even uit de schaduw.

De grote mijlpaal is echter geen zangvogel geweest, maar een eend, of eigenlijk een halfgans (tadorninae). Vogels in deze soortgroep zitten net tussen het formaat van eenden en ganzen in, en vormen hun eigen onderfamilie. Drie soorten uit die groep komen in Nederland voor: de bergeend, de casarca, en de nijlgans. De laatstgenoemde is een exoot, en ook van casarcas vliegen veel ontsnapte kwekersvogels rond in Nederland. Bergeenden komen hier in grote getale van nature voor, zeker in de lente en zomer.

Wat dit paar bergeenden voor mij tot een grote mijlpaal maakt, is het feit dat dit voor mijn levenslijst soort nummer 100 binnen Voorschoten is! Op het moment dat ik de vogels in mijn verrekijker kreeg, is er een glimlach op mijn gezicht gekomen, die er de rest van de dag op is gebleven. Zo blij worden, van zo’n algemene soort, daar gaat dit project om! De rand van een tunnel biedt een mooie zitplek om deze twee vogels even goed te bekijken. Rustig foerageren ze in de polder, steeds wat dichterbij waggelend, knokkend tegen de wind. Langzaam komen ze in de buurt van een groep wilde eenden. Een van de mannen uit die groep lijkt niet heel erg gediend van het gezelschap van de twee bergeenden; na een paar minuten wat heen en weer gekwaak, jaagt de wilde eend de twee bergeenden de polder uit. Tja, ook dat is de natuur.

Voor dit jaar, en dus het project, is de bergeend soort 79, maar voor mij gaan die twee vogels als de boeken in als ‘nummer 100’. Die grote mijlpaal is alvast bereikt, nu die andere nog: 100 soorten dit jaar!

Totaal aantal soorten: 79 / 100

Aantal nieuwe soorten: 2

  • Bergeend
  • Tureluur