Menu Sluiten

Nonnen en baarden

De laatste twee maanden hebben qua uitstapjes vooral in het teken gestaan van vogels binnen Voorschoten. Daar is veel te zien geweest, en er ook nog meer dan genoeg te zien zal zijn, maar het is af en toe ook fijn om buiten de gemeentegrenzen te vogelen. Daarom ben ik afgelopen week bij een lokale vogelplas op zoek gegaan naar wat rietbewoners. Met het zachte, warme weer van eind februari zouden die wel eens goed hoog in het riet kunnen zitten…

Stiekem hoop ik een relatief zeldzame rietbewoner, de Cetti´s zanger, te horen en te zien. Deze soort wordt sinds kort hier met enige regelmaat gehoord, soms zelfs meerdere vogels op verschillende plekken. Alhoewel ik ze in het verleden wel gehoord heb, heb ik ze nog niet op de foto kunnen zetten. Dat is bij deze soort een bekend ‘probleem’; ze worden voornamelijk gehoord, en niet gezien.

Gelukkig is de zang van de vogel een duidelijk herkenbaar riedeltje. En om het nog wat gunstiger te maken: ze zijn luid, heel luid. Ik kan me een van mijn eerste ontmoetingen met deze soort nog goed herinneren. Op een windstille dag, turend in een vogelhut, op zoek naar een roerdomp, buldert een Cetti’s zanger zijn lied eruit, waardoor ik mezelf een halve meter de lucht in lanceer van de schrik. Tot zover heerlijk rustig vogelen.

Door die luide zang hoop ik er van ver een op te kunnen pikken. De eerste paar kilometers struinen langs de rietkraag verlopen echter stil. In de verte hoor ik rietgorzen, en zeer kort laat een waterral zich horen en zien. De luide zanger blijft echter uit. Verderop de aangrenzende plas zie ik wel een paar nonnetjes; een prachtige overwinterende eendensoort, die familie is van de zaagbekken. Zo blijven helaas op een flinke afstand, maar het blijft altijd een mooie soort om tegen te komen.

Wat verderop laten rietgorzen zich van wat dichterbij zien. De simpele zang van de vogel draagt ook ver, waardoor ze met een beetje zoekwerk wel te vinden zijn. Een deel van de mannen is al in een overgang naar zomerkleed, waarbij de kop langzaam zwart wordt.

Het eind van de wandeling is in zicht, en de Cetti’s zanger lijkt het af te laten weten. Langzaam struin ik langs de rietkraag terug richting mijn fiets. Ineens klinkt er een hoop gepiep en gebrabbel uit een stuk rietveld. Overduidelijk geen solitaire Cetti’s zanger, maar wel een groep van iets interessants. Voorzichtig sluip ik dichterbij om erachter te komen wat ik precies hoor. Zoekend door het riet krijg ik ze in beeld: baardmannen!

De groep van zeker twaalf vogels is druk aan het foerageren. Luid piepend naar elkaar hoppen ze van helm naar helm, om zich tegoed te doen aan de zaden. Ik verschuil mezelf in de rietkraag. De vogels blijven ongestoord hun gang blijven gaan en komen geregeld dichtbij. Af en toe wordt er een blik mijn kant op geworpen. Dan is het helemaal goed te zien waar de naam vandaan komt: de mannelijke vogels dragen een bijzonder fraaie set bakkebaarden.

Opmerkelijk genoeg laten de baardmannen zich beter zien dan de baard’vrouwen’; die blijven lager en verder weg in het riet. Het foerageren van de groep gaat echter gewoon door, en verschillende baardmannen laten zich op enkele meters prachtig bekijken. Behendig klimmen ze omhoog en omlaag tussen alle rietstengels, waarbij ze hun staart als tegenwicht gebruiken.

Mijn ontmoetingen met baardmannen zijn in het verleden altijd kortstondig geweest, of op grote afstand. Gelukkig kan ik deze groep lang en van dichtbij bewonderen. Na een half uur zakt de groep langzaamaan verder weg het riet in, tot ik ze uiteindelijk uit beeld verlies. Tevreden loop ik door naar mijn fiets. Waar was ik ook alweer naar op zoek? Een of andere zanger? Dat komt een volgende keer wel.