Menu Sluiten

Ruis in het struikgewas

Wat betreft het weer lijkt het de afgelopen weken meer herfst dan winter. Grijze dagen met veel wind en regen, in plaats van zonnige winterdagen. Voor het kijken naar vogels is een laagje bevolking best prettig. Een grijze lucht zorgt voor rustig, diffuus licht, waardoor je de gehele dag alle richtingen op kunt kijken. Geen last van laagstaande zon waar je tegenin probeert te turen, maar zacht licht van alle kanten. Het is nu makkelijker om jezelf optimaal te positioneren om een vogel te zien; je hoeft immers geen rekening te houden met de richting van het zonlicht.

Voor fotografie is dat laatste natuurlijk ook handig, maar fotograferen met zacht, diffuus licht komt met een paar uitdagingen. Gebrek aan sterke contrasten en schaduwen kan een wat saaier beeld geven, en kleuren worden bij stevige bewolking fletser. Het grootste punt van aandacht is het gebrek aan de totale hoeveelheid licht. Dat moet ergens mee gecompenseerd worden, en in veel gevallen betekent dat hogere ISO-waarden. Er zijn manieren om daar omheen te werken, maar soms ontkom je er niet aan.

Toch weerhoudt dat veel mensen van het nemen van foto’s. Zodra een camera ISO-waarden van 1600 of meer vertoont, slaat de twijfel toe. Valt er nog wat van te maken? Wordt het niet alleen maar ruis? Misschien is er zo wel iets meer licht? Ik heb me er zelf ook schuldig aan gemaakt. Je ziet iets interessant gebeuren voor je neus, maar je ziet al direct dat je ISO op 6400 staat als je focust; snel de sluitertijd terugschroeven in de hoop dat de ISO-waarden wat lager worden? Even wachten op zonlicht of een lichter plekje bewolking? In die twijfel kan het moment al voorbij zijn; de vogel is dan letterlijk gevlogen. Elke fotograaf heeft wel reeksen aan foto’s met “takken of schors waar spannende vogel X net was!..”. En dan besef je: liever een foto met ruis van iets interessants, dan helemaal geen foto. Dus hierbij een ode aan ISO 6400 en foto’s van momenten die wél zijn vastgelegd!

Op een zwaarbewolkte dag in december was ik op zoek naar wat reeën of vossen. Volgens de weersvoorspelling zou het wolkendek ergens in de ochtend gaan openbreken, dus daar hoopte ik op. In plaats daarvan nam de bewolking alleen maar toe, en werd het gedurende de ochtend eerder donkerder dan lichter. Maar, het was droog, ik was er nu toch, en dus besloot ik er het beste van te maken. Wat dieper het bosgebied in was het zo goed als windstil. Van alles om me heen was druk aan het fluiten, piepen en foerageren. In de zomer houden alle bladeren een hoop licht tegen en kan fotograferen in een bos best een uitdaging zijn; daar had ik nu geen last van! Overal om me heen zaten glanskoppen, koolmezen, pimpelmezen, goudhaantjes en boomklevers. Genietend van het fluitconcert schoot ik foto na foto, met sluitertijd 1/320 tot 1/400, diafragma f/6.3, ISO 6400. En ik vond het helemaal prima.

Ook een aantal foto’s van eerdere blogs zijn genomen met dergelijke ISO’s. Zo is deze foto van een pimpelmees genomen met ISO-6400, evenals deze foto van een overtrekkende grauwe gans in vroeg ochtendlicht.

Zelfs op zonnige dagen kun je overgeleverd zijn aan hoge ISO-waarden. Bomen vol bladeren maken het soms lastig om je onderwerp goed te belichten. Afgelopen voorjaar fotografeerde ik deze uil, die aan het roesten was in een boomstam. De uil vinden tussen alle bladeren was al niet gemakkelijk, maar er door heen fotograferen bleek ook een uitdaging. Zelfs met het zonlicht op de boom bleef de ISO-waarde steken op 6400. Het bleek een van mijn laatste foto’s van deze uil die lente; een week later was het bladerdek zo dicht dat de uil uit zicht verdween.

Laat zaken als ruis en ISO-waarden niet in de weg staan om te fotograferen. Soms heb je maar een paar secondes om iets vast te leggen, maar dat kan nou net dat spannende, interessante gedrag zijn waar je op zat te wachten. En dan liever met wat ruis, dan zonder foto’s naar huis.