Menu Sluiten

Grootte, snavel, poot en teen

Twee weken geleden heb ik een blog gepubliceerd over één van mijn favoriete vogelsoorten, de roerdomp. Er lopen echter veel meer reigerachtigen in Nederland rond, die ook allemaal de moeite waard zijn om te spotten en te fotograferen. De afgelopen weken heb ik veel verschillende reigersoorten kunnen zien. Daarom: deze week een blog over een paar hoogpotigen en langgenekten!

Twee soorten die de meeste mensen wel (her)kennen, zijn de blauwe reiger en de ‘Haagse reigâh’, de ooievaar. Blauwe reigers zijn overal te vinden; van poldersloten tot stadsgrachten, en van grote open wateren tot siervijvertjes bij mensen in de tuin. Minutenlang staan ze stil, om op het juiste moment hun lange nek naar voren te schieten om een prooi te pakken. De ooievaar is terug van bijna weggeweest. De afgelopen 50 jaar is de soort uit een diep dal geklommen, door veel inzet van natuurorganisaties en vrijwilligers. Nu zijn ze weer volop te zien. Ooievaars nestelen veelal in de buurt van menselijke bebouwing, waarbij het karakteristieke geklepper met hun snavel van ver al te horen is.
(Oké, ooievaars vallen helemaal niet onder de reigers, ze zijn een eigen soortgroep, de ooievaarachtigen. Hier in de regio worden ooievaars nogal eens aangeduid als ‘Haagse reigâhs’, een verwijzing naar het stadslogo van Den Haag)

Bij de verschillende soorten ‘witte reigers’ wordt het wat ingewikkelder om alles goed uit elkaar te houden. Er komen hier vier verschillende reigersoorten met een overwegend wit verenkleed. De grote zilverreiger en de kleine zilverreiger komen vrij algemeen voor. Koereigers zijn zeldzaam, maar wel bijna het gehele jaar in kleine aantallen aanwezig. Ralreigers zijn zeer zeldzame verschijningen, met maar een paar exemplaren per jaar in Nederland, en laten we voor nu buiten beschouwing.

De grote zilverreiger is, zoals de naam doet vermoeden, de grootste van de drie. De bouw en het formaat van deze vogels zijn vergelijkbaar met die van een blauwe reiger. De lange snavel is grote delen van het jaar volledig oranje; alleen in de broedperiode kleurt deze bijna helemaal zwart. In de wintermaanden komen behoorlijke aantallen grote zilverreigers uit het Zuiden en Oosten hier overwinteren. Net als blauwe reigers staan grote zilverreigers jagen stilstaand of langzaam sluipend.

Kleine zilverreigers zijn daarentegen rusteloze druktemakertjes. Lopend in ondiep water zoeken deze kleine reigers continu naar iets te eten. Hun gele tenen zijn een goed onderscheidend kenmerk wanneer het formaat niet direct in te schatten is; grote zilverreigers hebben volledig donkere tenen en poten. De meeste kleine ‘zilvers’ zijn hier vooral in de broed- en zomerperiode, en trekken naar het Zuiden voor de koudere maanden.

Een andere kleine, drukke reiger is de koereiger. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn deze reigers graag in de buurt van koeien of ander vee. Het grazende vee schrikt allerlei kleine insecten en amfibieën op; ze willen immers niet vertrapt worden! De koereiger maakt daar graag gebruikt van, en probeert elke opspringende sprinkhaan te pakken te krijgen. Niet alle koeien zijn er van gediend dat er de hele tijd een reiger tussen de poten rondbanjert; met wat geloei en een korte achtervolging probeert deze koe dat duidelijk te maken. Even neemt de koereiger wat meer afstand, maar een paar minuten later loopt ‘ie al weer vlakbij te jagen.

Niet al het vee stoort zich evenveel aan de aanwezigheid van koereigers. Zo heb ik in 2016 een tijdje naar een koereiger mogen kijken, druk bezig rondom en op Schotse Hooglanders. Op? Ja, op een Schotse Hooglander.

Opvallend aan de koereiger is de beperkte lengte van de snavel. Geen lange ‘dolk’, zoals bij de grote en kleine zilverreiger, maar een plompe, korte, geel-oranje snavel. Dat plompe geldt eigenlijk voor de gehele bouw, in contrast met de meer sierlijke, ielige bouw van de zilverreigers. De geheel donkere poten laten zich in de vlucht goed zijn. De combinatie ‘donkere poten, korte gele snavel’ verschilt van het ‘gele tenen, lange zwarte snavel’-vliegbeeld van de kleine zilverreiger.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen die het lastiger maken. De snavelkleur is afhankelijk van de tijd van het jaar en de leeftijd van de vogel. Het formaat is soms lastig in te schatten, zeker bij vliegende vogels. Er zijn gevallen bekend van hybrides tussen koereigers en kleine zilvers… Toch zijn, met een paar aanknopingspunten, de meeste ‘witte reigers’ goed uit elkaar te houden. Dus bestudeer de snavel, tenen en grootte van de witte reigers die je tegenkomt, dan weet je waar je mee van doen hebt!