Menu Sluiten

Gewoon gaan!

Als je iets niet probeert, kun je er ook niet in falen. Als je geen risico’s neemt, kan er weinig fout gaan. Soms stapelen de excuusjes en smoesjes zich op, zo voor je neus.

En soms moet je jezelf even onder je kont schoppen en gewoon gaan!

Als fotograaf hou je de weersvoorspellingen vaak goed in de gaten. Wanneer schijnt de zon? Hoe laat gaat ‘ie op, hoe laat weer onder? Waar komt de wind vandaan? Hoeveel bewolking hangt er? Wanneer zijn de omstandigheden perfect? De vroege ochtenduren en laatste paar uren van de dag zijn vaak goed voor mooi, warm licht. De ‘golden hours’, zoals die periode vaak genoemd wordt. Een laagstaande zon kan sfeer, drama en dynamiek aan je foto’s geven.

Wat minder uitnodigend is een stevig bewolkte lucht midden op de dag. Zeker als daar af en toe een bui uit komt zetten. Met zulk weer is de verleiding groot om lekker binnen te blijven zitten. ‘Slecht licht = slechte foto’s’, ‘saai licht = saaie foto’s’, ‘weinig licht = veel ruis’… De excuusjes om niet naar buiten te gaan, komen bijna vanzelf.

En toch knaagt er iets. Allemaal leuk en aardig, die wind, regen, ruis, maar binnen valt er weinig te vogelen. Dus hop, gaan met die banaan! Laarzen, regenjas, cameratas, en op de fiets. Karren! Bij een plas vlakbij moeten wat zwarte sternen zitten. Ze laten zich makkelijk vinden. In een minibuitje loop ik naar de waterkant en ga ik in het natte gras zitten, de sternen op een metertje of 10, 15 bij me vandaan. Met sierlijke duikvluchten laten ze zich tot vlak boven het water vallen, op zoek naar iets te eten. Het ‘saaie’ licht, de bewolking, de regen; het maakt me niet meer uit. Ik schiet foto na foto. De zon komt af en toe zelfs nog even om de hoek kijken. Na een tijdje zakken de sternen af naar een ander deel van de plas en wordt het tijd om te gaan.

Thuis maak ik de balans op. ‘Even snel weg’ werd ruim drie uur, met zo’n 600 foto’s op de teller. Het zachte licht van de bewolking heeft zowel de zwarte als witte tinten van de sternen prachtig behouden. Tot zover smoesje ‘slecht licht’.

Wachten op het perfecte licht, dat kan later ook nog wel.