Menu Sluiten

Schouwspel in het riet

Het is nog donker buiten als ik op m’n fiets stap. Op een vroege donderdagmorgen rij ik naar een vogelplas in de buurt. Het plan? Rietvogels platen. Het is hoogzomer, dus er schuilt van alles in het riet, kleine karekieten, rietzangers, rietgorzen, en misschien nog wel één of twee verrassingen.

Even voor zonsopgang kom ik aan. In het laatste restje schemering sluip ik langs de rietkraag en hoor ik al van alles roepen en piepen. Het riet staat op de meeste plekken flink hoog, waardoor je er niet echt ‘in’ kan kijken. Na een korte zoektocht vind ik een plekje: een gat van een paar meter waar het meeste riet maar anderhalve meter hoog is, tussen de twee meter hoge kragen. Ik ga zo dicht mogelijk tegen/in het riet staan, in de hoop niet opgemerkt te worden. En dan begint het schouwspel…

Groepjes met kleine karekieten komen voorbij; laag door het riet hoppend van halm naar halm. Rietzangers komen met hun snavel vol eten voorbijgevlogen, of kruipend al zingend steeds hoger in het riet. Vlak voor me parkeert een vrouwtje rietgors zich even, om vervolgens verder te vliegen in de richting van een roepend mannetje rietgors. Dit alles op een afstand van een metertje of drie, vier. De vogels hebben me maar nauwelijks door, of hebben weinig interesse in mijn aanwezigheid; het is me om het even. De drie soorten die ik graag wilde platen, verschijnen allemaal voor m’n neus, én lens. Iets verder zet een winterkoning het op een tetteren, een mooie bonus! Het blijft verbazingwekkend hoe zo’n klein vogeltje zo veel kabaal kan maken.

Om mij heen is de rest van Nederland langzaam wakker geworden. Fietsers en wandelaars komen voorbij en op de achtergrond groeit de ruis van rijdende auto’s. Het vogelschouwspel verplaatst zich, steeds dieper de rietkraag in. De show van deze ochtend is over, maar vanavond misschien weer een kans. Of morgenochtend. Of morgenavond…